Loes van Freubelweb

154 Posts 294273 Bekeken
Terug naar blog-startpagina

Techniek: borduren (deel 1)

09 april 2016 Categorieen: borduren, borduurcursus, borduurgaren, borduurringen, gratis borduurpatroon, tutorial

Wow, wat een boel leuke reacties kregen we op onze Freubelweb garenkaartjes die je gratis kunt downloaden om je borduurgaren netjes te ordenen. Zo te zien zijn er dus een heleboel handwerksters die net als wij ook van borduren houden! Lijkt het jou ook leuk om het borduren onder de knie te krijgen? Hou dan het Freubelwebblog in de gaten want we gaan je de komende 3 weken stap voor stap de techniek van het borduren uitleggen.

Borduurbenodigdheden
Veel heb je niet nodig om te borduren. Een naald, verschillende kleuren garen, een lapje stof, een schaar en een patroontje natuurlijk!

Naald
Een goede naald waarmee je fijn kunt werken, is heel belangrijk bij het borduren. Werk je op stof met gaatjes, gebruik dan een stompe naald ipv een naald met een scherpe punt want anders prik je steeds in je vinger. Borduur je op stof zonder gaatjes, gebruik dan een naald met een spitse punt om makkelijk door de stof heen te prikken. Hoe groot het oog van de naald moet zijn, hangt zowel af van het garen als de stof waarmee je wilt gaan werken.

Stoffen met of zonder  gaatjes
Je kunt borduren op speciale borduurstoffen met gaatjes (aftelbare stoffen) waarop je makkelijk de borduursteken kunt aftellen zoals aida of (kaas)linnen bijvoorbeeld . Aida is een stijve katoenen stof die bestaat uit geweven draadjes die blokjes vormen. De grootte van deze blokjes kan variëren. Hoe meer draadjes per centimeter, hoe kleiner de blokjes en hoe fijner de aida. Linnen bestaat eveneens uit geweven draadjes. de ruimte tussen deze draadjes is ook prima geschikt om op te borduren. Je moet alleen wel zelf goed de draadjes tellen om de juiste steekjes te maken. Dan heb je ook nog borduurstramien verkrijgbaar in enkel- en dubbeldraadse varianten. Borduurstramien is er ook nog in een plastic variant.
Niet aftelbare stoffen zijn stoffen zonder zichtbare gaatjes waarop je het borduurpatroon eerst zelf moet overnemen. De gewone stoffen dus eigenlijk.

Garen

In principe kun je met alle soorten garen borduren. Met katoen en met wol, maar ook met speciaal borduurgaren. Het ligt een beetje aan de ondergrond (de stof) waarop je wilt gaan borduren welk garen je het beste kunt gebruiken. Strengetjes borduurgaren, van bv. DMC of Anchor, worden ook wel splijtgaren genoemd omdat de draad uit zes losse draadjes bestaat. Je gebruikt twee of drie losse draadjes om de borduursteekjes mee te maken. Om de buitenrandjes, lijntjes of andere fijne details van je borduurwerk aan te geven, gebruik je meestal maar één draadje van het splijtgaren.

Schaar
Om de draad af te knippen, is een klein schaartje waarmee je dicht bij de borduurstof de draad kunt afknippen het fijnst om te gebruiken. Maar een gewone huis-tuin-en-keukenschaar volstaat natuurlijk ook. Wil je de borduurstof knippen, gebruik dan bij voorkeur een stofschaar.

Patroontjes
Er zijn verschillende soorten borduurpatronen. Je hebt patronen bestaande uit teltekeningen die worden gebruikt om een kruissteekpatroon weer te geven. Je hebt ook getekende patronen die je eerst zelf op stof moet overnemen voordat je kunt borduren. Op Freubelweb vind je beide soorten borduurpatronen.

Het lezen van een kruissteekpatroon spreekt eigenlijk voor zich. De vakjes hebben een kleur of zijn voorzien van een symbool dat correspondeert met een bepaald nummer borduurgaren, zodat je precies weet welke kleur garen je moet gebruiken. Een vakje staat voor een kruissteek. Hoe je een getekend patroon moet overnemen leggen we de volgende keer uit. We beginnen nu heel eenvoudig met het borduren van een kruissteekpatroon.

Beginnen met borduren
Je begint met het borduren van een kruissteekpatroon in het midden van het borduurpatroon en in het midden van de borduurstof. Het middelpunt van het patroon staat meestal met behulp van pijltjes aan gegeven op de teltekening. Om het midden van de stof te bepalen, vouw je de lap in vieren. Daar waar de vouwlijnen elkaar kruisen, vind je het middelpunt van de lap stof.

Tip: begin met een kleur die veel voorkomt in het borduurpatroon. Dan kun je later makkelijker de kleinere vlakken invullen.

Aanhechten van de draad
Voor het borduren van kruissteekjes gebruiken we twee draadjes splijtgaren. Je zou misschien denken dat je gewoon een knoopje legt in het uiteinde van de draad om te voorkomen dat de draad door de stof heenglipt tijdens het borduren. Maar om te voorkomen dat je straks allemaal bobbeltjes in je borduurwerk krijgt wanneer je dit wilt inlijsten, is het beter om een nettere manier te gebruiken om de draad aan te hechten.

Zoals de lusmethode bijvoorbeeld. Gebruik hiervoor één lange draad, haal de twee uiteinden door de naald en steek de naald van onder naar boven door de stof. Trek de naald niet helemaal door de stof, maar laat een lusje over. Steek de naald met een halve kruissteek weer door de stof en haal de naald en draad door het lusje.
aanhechten_draad_vierkant

Een andere manier om netjes aan te hechten is een stukje draad van circa 3 à 4 cm aan de achterkant van de stof te laten hangen en vervolgens te beginnen met het zetten van een aantal kruissteekjes. Later hecht je de draad dan af door deze achterlangs onder de geborduurde teken door te halen.

Tip: maak de draad niet te lang. Een langere draad kringelt sneller in elkaar waardoor je kruisjes minder mooi en gelijkmatig worden.

Kruissteekjes borduren
Bij het borduren van de kruissteek is het belangrijk dat je de kruisjes steeds in dezelfde richting maakt. Dus eerst borduur je een rij halve kruisjes op de heenweg, op de terugweg maak de kruisjes af. Op deze manier staan de bovenste steken van de kruissteek allemaal netjes dezelfde kant op. Een kruissteek maak je in de regel over één vierkantje wanneer je op aida werkt, en over twee draadjes wanneer je op een aftelbare stof zoals (kaas)linnen werkt.
kruissteek

Stuk overslaan?
Soms moet je in het patroon een stuk stof overslaan om verderop met dezelfde kleur door te gaan. Trek de borduurdraad dan liever niet achter de stof langs door naar deze plek. Maar hecht de draad af en hecht hem verderop weer aan om te voorkomen dat je de doorgetrokken draad straks blijft zien wanneer het borduurwerkje inlijst bijvoorbeeld.

Borduurringen
Je kunt het lapje stof waarop je borduurt gewoon los in de hand houden, maar je kunt de stof ook in een borduurring spannen. Een borduurring helpt je netjes te werken. Het leuke van borduurringen is dat je ze ook als lijstje kunt gebruiken om het borduurwerkje op te hangen.

Tip: zigzag de rand van het lapje borduurstof af om rafelen te voorkomen

Aan de slag?
Zo, dit waren de eerste beginselen van het borduren. Wil je het zelf eens uitproberen? Begin dat met een niet al te groot borduurwerkje. Ik borduurde een tijdje terug deze leuke sleutelhangers bijvoorbeeld. Misschien vind je die ook leuk om te maken? Of kijk eens op ons Pinterest-bord boordevol kruisstteekpatroontjes. Daar zit vast iets voor je tussen!

Volgende keer in deel 2 bespreken we hoe je een getekend borduurpatroon overneemt op niet aftelbare stoffen. Nu al alles lezen over borduren en/of andere handwerktechnieken (zoals haken, breien, naaien, werken met vilt en papier)? Dat kan! In ons Freubelweb-boek dat o.a. te koop is bij bol.com staan alle technieken uitgebreid beschreven.
freubelwebboek


U moet inloggen om deze freubel te kunnen loven